Immanuel Immanuel

door ds. N. den Bok
Preek bij Matteus1 : 18 t/m 23 en Jesaja 7: 10 t/m 14 op zondag 29 januari 2012

Met de kerk van alle tijden en plaatsen geloven we dat God in een mens onder mensen is gekomen. Dat dit ongeveer tweeduizend jaar geleden gebeurd is. We geloven dat niet alleen, we vieren het, we vieren het elk jaar op nieuw. Ook onlangs weer, met Kerst. We geloven dat God wilde komen, niet als een grote sterke God die zijn wil met overmacht op aarde doorzet, maar als een mens  met alles erop en eraan. Daarom begon Hij bij het begin, zoals alle mensen beginnen, Hij werd geboren als een kind bij een moeder.
We kennen allemaal het kerstverhaal, we hebben het kort geleden weer gehoord. Hoe Maria en Jozef naar Bethlehem moesten en in een stal terechtkwamen; hoe Jezus daar werd geboren; en hoe zij bezoek kregen van herders en koningen. Maar vraagt u zich weleens af, waarom God dit deed? Hoe, wat en wanneer, die verhalen kennen we aardig goed. Maar waarom kwam God in een mens? Waarom bleef Hij niet gewoon vanuit de hemel regeren, of kwam Hij niet met méér macht?
Matteus heeft een antwoord op deze vraag. Hij was één van Jezus’ leerlingen, iemand die Jezus van dichtbij heeft meegemaakt. Matteus schreef ook een biografie over Jezus. Zijn levensbeschrijving begint het verhaal van Jezus’ geboorte met een man wiens verloofde zwanger blijkt. Deze Jozef weet dat hij niet de vader is. Begrijpelijk genoeg kan hij niet met haar verder. Maar hij wil haar ook in opspraak brengen, en dus wil hij haar in stilte wegsturen. Dan beschrijft Matteus hoe een engel tot hem komt en uitlegt, dat het kind dat Maria draagt niet door een andere man verwekt is. Jozef heeft zich toen vast de vraag gesteld die wij ook stelden: waarom? Waarom doet God dit?
De engel geeft Jozef ook een antwoord. Hij zegt: Als het kind is geboren, moet je hem de naam Jezus geven. Jezus is de Griekse versie van de Hebreeuwse naam Jehosjoea (we vertalen die meestal met: Jozua). Deze naam betekent letterlijk: God redt. Geef het kind deze naam, zegt de engel, want God zal door hem zijn volk verlossen. Het antwoord is dus, dat God mens werd om mensen te verlossen, om mensen redding te brengen.
Jozef zal zeer verbaasd zijn geweest, je krijgt niet dagelijks een engel op bezoek. Maar of het ant-woord op de waaromvraag hem ook verbaasd zal hebben? In Jozefs tijd verwachtten velen van zijn volk een verlosser, een messias die Israel zou redden. Profeten hadden zo’n bevrijder vaker aangekondigd. God zou een mens sturen om zijn volk te redden. De vraag is alleen: redding waarvan?
Zoals u weet was Israël in de tijd van Jozef (en Matteus) bezet door de Romeinen. De Romeinen hadden de economie in handen, ze beheersten de wegen, ze hielden de synagoge en lokale religieuze leiders in de gaten. Vele Joden hoopten dat de verlosser die ze verwachtten hen zou redden van deze onderdrukking. Was David niet ook zo’n redder, iemand die Israel verloste van de Filistijnen?. En er waren nog wel meer dingen waarvan gelovige joden gered wilden worden. Er zijn zoveel dingen die mensen kunnen plagen: armoede, honger, een vroegtijdige dood. Ook wij zouden wel een lijstje kunnen maken: tegenslag (bv werkeloosheid), ziekten (zeker de ongeneeslijke), heerszuchtig gedrag (in welke vorm dan ook), natuurrampen (de grote en de kleine).
Als we even naar dat lijstje kijken, valt wel op dat we vooral verlost willen worden van de dingen waarvan we slachtoffer zijn, de dingen die ons treffen zonder dat we er iets aan konden doen. Op zich heel begrijpelijk natuurlijk. Maar wat zegt de engel? Hij zegt dat Jezus kwam om mensen te redden van hun zonde. Dat is even schrikken. Zonde is een nogal beladen woord, niet in het minst ‘dankzij’ onze christelijke traditie zelf; maar hoe we ‘zonde’ ook invullen, de kern is en blijft toch: ‘dat wat mensen zelf verkeerd doen’. Dus niet de slechte dingen die ons aangedaan worden, maar de slechte dingen die we zelf doen – daar komt Jezus ons van verlossen. Hij wil bevrijden van zonde. Ja, dat krijg je met macht alleen niet voor elkaar.
Voor veel Joden, misschien voor Jozef en Matteüs aanvankelijk ook, moet dit een teleurstelling zijn geweest. Jezus kwam niet om hen te bevrijden van politieke onderdrukking of armoe. Jezus was een redder, zeker, maar het belangrijkste dat Hij kwam doen is het wegnemen van zonde, niet van ellende. Dat wordt in Jezus’ verdere biografie ook zichtbaar: om zonde weg te nemen is Hij bereid het diepste lijden op zich te nemen.
Laten we even terugschakelen, om daarna nog even door te vragen. God wordt mens om ons mensen te redden, te redden van wat wij verkeerd doen. Al is het misschien ook een tegenvaller, het is ondertussen wel een geweldige verlossing. Hoezeer kunnen we niet gevangen zijn in schuld en wangedrag, van onszelf en anderen! Onze vraag heeft een reusachtig antwoord gekregen. Dit is inderdaad iets om te vieren!
Toch komt de vraag nog een keer terug. Want als God mens werd om ons te redden, is Hij dan alleen daarvoor gekomen? Hij kwam om te verlossen van zonde, zegt Matteus, maar is dit de diepste of zelfs enige reden waarom Hij kwam? Als dat zo is, wat gebeurt er dan als we verlost zijn, als er geen zonde meer is? Dan hebben we Jezus niet meer nodig en kan Hij verdwijnen uit ons leven.
Laten we eerlijk zijn: zo leven we vaak ook. Na een oorlog lopen de kerken weer leeg. Na een ernstige ziekte bidden we niet meer zó regelmatig. Vanuit een pijnlijk schuldbesef kunnen we tot God roepen, maar na vergeving kan onze spiritualiteit snel inzakken. Toch voelen we, dat hier iets niet klopt. Is Jezus, onze Heer alleen als verlosser gekomen, is hij overbodig als alles goed is. Dat is in twee richtingen aan te geven. Was er helemaal geen zonde geweest, dan had de Heer helemaal niet hoeven komen. En waar geen zonde of ellende meer zal zijn, in het Koninkrijk of in de hemel, hoeft Hij niet te blijven. Maar dit lijkt me toch niet in lijn met wat de bijbel van zijn komst zegt.

Opmerkelijk genoeg noemt Matteus nog een tweede naam. Wanneer het kind geboren wordt, gaat in vervulling wat door de profeet gezegd is, namelijk dat een maagd zwanger zal zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuel geven.
Met die profeet wordt Jesaja bedoeld, die ongeveer 700 jaar voor de geboorte van Jezus leefde. Hij kondigde toen een bijzondere geboorte aan. Gek genoeg noemt Jesaja het kind niet Jezus, ‘God redt’, maar Immanuel, wat betekent: ‘God met ons’. Ook Jesaja leefde in een tijd dat Israel alle reden had om een verlosser te verlangen. Israel dreigde onder de voet te worden gelopen, wat met de ballingschap ook gebeurd is. Jesaja zegt dat God een verlosser zal verwekken. Maar nu het verrassende: hoe wordt deze verlosser getypeerd? Als degene die God bij de mensen brengt.
Laten we hier even bij stilstaan. Welbeschouwd is ‘met iemand willen zijn’ is iets anders dan ‘iemand willen verlossen’. Als je veel van iemand houdt, wil je die persoon zeker helpen en redden. Maar als helpen en redden het belangrijkste of zelfs enige is wat je uit liefde voor de ander doet, is je liefde ook beperkt. Een arts is nog geen vriend. Een redder is met je in noodsituaties, een geliefde wil met je zijn in alle situaties. Stel, je bent tot over je oren verliefd. Dan wil je toch veel meer dan die ander helpen? Dan wil je bij die ander zijn, om het mooie en goede dat hij of zij voor jou betekent in zijn of haar nabijheid te ervaren, te delen, te genieten. Of stel, je hebt een kind, waarvan je zielsveel houdt. Dan wil je bij het kind in de buurt zijn, om te zien hoe het speelt, hoe het groeit, hoe het lacht.
De naam Immanuel nodigt uit om zo ook God te zien: Hij wil bij ons zijn, als Schepper, omdat Hij degene is die ons gemaakt heeft, als Vader, omdat wij zijn kinderen zijn, als vriend, en zelfs als bruidegom, omdat Hij een relatie van liefde en trouw wil. Dat God dit allemaal voor ons wil zijn, komt al in de teksten van Israëls profeten voor, en wordt in het Nieuwe Testament opgepakt en op Jezus betrokken. God wilde zozeer met ons zijn, dat Hij onze medemens werd.
Maar hoe zit het dan met die redding? vraagt u misschien. Raakt nu dat niet buiten beeld? Nee, eerder is te zeggen dat nu de goede achtergrond voor redding duidelijk wordt. Als uw partner, van wie u veel houdt, ziek wordt, dan wilt u natuurlijk helpen. U wilt hem of haar bijvoorbeeld verzorgen. Maar doet u dat alleen maar om te helpen? Natuurlijk niet, u wilt bij hem of haar zijn, u wilt het waardevolle, het mooie in hem of haar behouden, u wilt uw geliefde bij u houden, daarom helpt u. Daarom schiet u uw kind te hulp als het iets overkomt, of probeert u het van een verkeerde weg af te halen.
Omdat we bij onze geliefden willen zijn, willen we hem of haar ook helpen als er dingen misgaan. Omgekeerd is het niet zo, dat, als we iemand willen helpen we ook bij die persoon willen zijn. Daarvoor is meer nodig, dat ook los van hulp motiveert om bij elkaar te willen zijn. Het draait dus om het motief om de ander te redden. Is dat zijn hulpbehoevendheid, is dat de hulp die geboden kan worden? of is dat de waarde van de ander en van een blijvende relatie onafhankelijk van nood en schuld? Wil je ook bij de ander zijn als die helemaal niet gered hoeft te worden?
Nu kunnen we natuurlijk één vraag niet meer vermijden. God wil met ons zijn, Hij doet alles om bij ons in de buurt te komen. Maar willen wij ook met God zijn, willen wij in zijn buurt komen?
U ziet uit naar de komst van de Heer in uw leven. Maar wilt u vooral iemand die u verlost van pijn en moeite? of iemand met wie u het leven wilt delen, ‘in kwade en goede dagen’? Zien we uit naar iemand die zich alleen over ons ontfermd omdat we hulpbehoevend zijn, die alleen komt omdat we steeds weer fouten maken? Of zien we uit naar iemand die ons zo waardevol vindt dat Hij blijvend met ons wil leven?

Nu kan ook duidelijk worden waarom de Heer allereerst komt om te redden van zonde. Waarom wordt de naam ‘God met ons’ allereerst vertaald met de naam ‘God redt’ en wordt deze naam op zijn beurt allereerst uitgelegd als ‘God redt van zonde’. Omdat verlossing van zonde het eerste is dat we nodig hebben als we willen dat God met ons is. Omdat zonde het belangrijkste of zelfs enige is dat God belet om God om met ons te zijn.
Het is ook omgekeerd te zeggen: waarom is het nodig dat we voor alles van onze fouten af-komen? Omdat God met ons wil zijn. Hij kan niet goed bij ons komen als wij zondigen. Zonde houdt ons van hem en hem van ons af. Ellende, leed, rampspoed scheiden ons niet van hem, dat hoeven ze niet te doen. Maar zonde doet dat wel, onvermijdelijk. Dat is precies zo zonde van zonde: dat zij ons scheidt van hem die tot ons wil komen om zijn leven met ons te delen.

terug
 
 
Onvoorwaardelijke liefde
Diaconie verdubbelt de opberngst voor deze veertigdagenactie (Wie zijn wij-Werkgroep ZWO).
 
Jeugdmuziekdagen 2018
In Zwolle van 10 t/m 12 mei (meer onder Nieuws-Later dit jaar)
 
Foto's (oud) Enspijk
Het de bedoeling om in de Dorpskamer een verzameling (oude) foto’s van Enspijk en haar inwoners aan te leggen. meer
 
Moldavië 2018
POZM-POZA gaan weer naar Moldavië (Jeugd-Specials voor het laatste nieuws), Hun nieuwe actie: verkoop van rookworsten.
 
Talenten gezocht!
De kerkenraad is naarstig op zoek naar talenten.
Er zijn een aantal vacatures ontstaan  binnen onze gemeente, in de kerkenraad, maar ook daarbuiten, zoals een ouderling en iemand die het paasontbijt coördineert.
  meer
 
Behoefte aan een gesprek?
We willen een (t)huis bieden. Dat betekent ook: omzien naar elkaar, openstaan voor elkaar, elkaar opzoeken. Lees verder onder Wie zijn wij?-Pastoraat of stuur een mail naar
 
 
Trouwen?
Zijn er trouwplannen? Denk ook op tijd aan kerkgebouw en dominee.
  meer
 
Dopen?
Een kindje geboren? Laat het ons weten, zeker als je het kindje wilt laten dopen.
  meer
 
ANBI
Bekijk de ANBI gegevens van onze diaconie (goedgekeurd tijdens de kerkenraadsvergadering van 11 mei 2017)
Bekijk de ANBI gegevens van onze gemeente (goedgekeurd tijdens de kerkenraadsvergadering van 1 juni 2017)
 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.